1.. Het college verstrekt een pgb als:

  • - de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten;
  • - uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 7.4 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
  • - naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 7.5 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het onderzoeksrapport opgenomen beoogde resultaat.

2.. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag:

  • - fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
  • - betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
  • - veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
  • - op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd.

3.. Het college weigert een persoonsgebonden budget conform artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet als:

  • - de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening in natura; of
  • - indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan de gronden opgenomen in artikel 9.2 tweede lid, onder a, d of f.

4.. Een pgb is niet mogelijk voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door het college en de bestemming noodzakelijk is om gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.

5.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp van een persoon die behoort tot de informele hulp betrekken onder de volgende voorwaarden:

  • - als vaststaat dat deze hulpverlener in staat is tot het verrichten van de zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze;
  • - indien de ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze jeugdhulp verleent;
  • - als er op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb is uitgeoefend bij diens besluitvorming;
  • - voor zover de geboden jeugdhulp niet leidt tot onveilige situaties;
  • - als het niet gaat om specialistische begeleiding en/of specialistische behandeling.