**1..** Voor effectieve toezicht en handhaving is het nodig dat bekend is welke handelaren er zijn en welke lokaliteiten er zijn. Het niet doen van een schriftelijke opgave van woonadres en/of handelslokaliteit(en) of het niet doorgeven van wijzigingen ondermijnt dit. De last onder dwangsom van € 1.000 per week met een maximum van € 2.000 is een effectieve maatregel om hiertegen handhavend op te treden. De last onder dwangsom is hier gericht op het ongedaan maken van de overtreding, zodat er wel een opgave wordt gedaan. De dwangsom verbeurt van rechtswege en voorafgaand wordt een voornemen kenbaar gemaakt waardoor een begunstigingstermijn ontstaat.
**2..** Toezicht zal ook ter plaatse plaatsvinden. De toezichthouder zal dan het digitale register vergelijken met de feitelijke situatie. Als er geen medewerking wordt verleend, kan er ook moeilijker toezicht gehouden worden. De medewerking wordt op dat moment afgedwongen door het vorderen op grond van art. 5:15 e.v. Awb. Daarnaast wordt een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van niet-meewerken te voorkomen.
**3..** Art. 2:37 sub d Apv is een regel om heling tegen te gaan. Van de handelaar wordt verwacht dat hij het register goed en juist bijhoudt. Het vervreemden of veranderen van een goed binnen drie dagen na verkrijging kan dan ook alleen bewust of toerekenbaar plaatsvinden. Door een goed binnen drie dagen te veranderen of vervreemden wordt al dan niet bewust het risico genomen dat heling gefaciliteerd wordt. Het zal vaak niet mogelijk zijn om de vervreemding of verandering ongedaan te kunnen maken. Gelet hierop wordt bij de eerste constatering een last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van herhaling. Als de marktconforme nieuwprijs van het vervreemde of veranderde goed hoger is dan € 1.000, dan kan de last onder dwangsom verhoogd worden zodat het dwangsombedrag globaal overeenkomst met de marktconforme nieuwprijs van een dergelijk goed. Het maximumbedrag van de last onder dwangsom bedraagt ook dan driemaal het individuele dwangsombedrag. Dit geldt voor zowel de eerste last onder dwangsom als voor een opvolgende last onder dwangsom.
**4..** Het bijhouden van het verkoopregister in het gewaarmerkte register is essentieel om toezicht te kunnen houden. Met dit punt wordt niet bedoeld het onjuist of onvolledig bijhouden van het register, maar in het geheel niet bijhouden van het register in het gewaarmerkt register. De last onder dwangsom zal bestaan uit twee punten: een last om de overtreding op te heffen, en een last om herhaling te voorkomen. Herhaling kan plaatsvinden als bijvoorbeeld voor korte tijd het register wel wordt bijgehouden, maar dat na twee maanden blijkt dat het register niet meer bijgehouden wordt.
**5.1.** Verschrijvingen kunnen per ongeluk gebeuren, maar ze kunnen wel het toezicht op handelaren en handelspartners frustreren. Dit artikel is van toepassing op zowel verschrijvingen waarbij de juiste persoon of goed wel nog te achterhalen is, als verschrijvingen waarbij dit niet meer te achterhalen is. Bij een eerste overtreding wordt ervan uitgegaan dat de overtreder dit per ongeluk heeft gedaan. Bij opvolgende overtredingen wordt ervan uitgegaan dat de overtreder dit bewust heeft gedaan of de kans dat dit plaats kon vinden heeft geaccepteerd. Een last onder dwangsom zal dan de meest effectieve manier zijn om herhaling van de overtreding te voorkomen.
**5.2.** Inhoudelijke onjuistheden en onvolledige of afwezige registraties zijn ernstigere overtredingen dan verschrijvingen. Ze maken niet alleen in die specifieke zaak toezicht lastig of onmogelijk, ze tasten ook de betrouwbaarheid van het register aan. Onder onvolledige registratie wordt ook verstaan het geheel niet registreren van een bepaald goed of transactie. In tegenstelling tot de verschrijving zal bij de eerste constatering een last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling opgelegd worden. Als er een groot aantal overtredingen op dit punt zijn, of het gaat om dure goederen, kan het handhavingsmiddel daarop aangepast worden, zoals ook omschreven in de toelichting van punt 3.
**6..** Als er een goed wordt aangeboden waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het van diefstal afkomstig is, dan moet hiervan melding gedaan worden bij de burgemeester. Dergelijke meldingen zijn belangrijk voor toezicht en opsporing. Het nalaten van het doen van deze meldingen faciliteert direct of indirect het systeem van criminaliteit waar heling ook onder valt. Als het gaat om dure goederen kan het handhavingsmiddel daarop aangepast worden, zoals ook omschreven in de toelichting van punt 3.
**7..** Heling zelf is strafbaar op grond van artikel 416 e.v. Wetboek van Strafrecht. De gemeente kan geen last onder dwangsom opleggen om heling te beëindigen of om herhaling te voorkomen, omdat deze strafrechtelijke bepaling niet bestuursrechtelijk gehandhaafd kan worden. Een vermoeden of constatering van heling wordt altijd gemeld bij het OM. Deze melding is overigens geen handhavingsbesluit.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Puntsgewijze toelichting handhavingskader
Onderdeel van Beleidsregels heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen gemeente Gouda 2025