**1..** Gedurende de looptijd van een jeugdhulpindicatie zoals bedoeld in lid 1, wordt er minimaal 1 keer tussentijds geëvalueerd ongeacht de looptijd van de indicatie. Afhankelijk van de inzet en duur van de jeugdhulp beoordeelt het college per individueel geval hoe vaak evaluatie noodzakelijk is.
**2..** Hoe vaak evaluatie noodzakelijk is wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Vorm (profiel en intensiteit) van de ingezette jeugdhulp;
Of er sprake is van een verwijzing;
Duur van de indicatie;
Of er sprake is van 1 of meerdere voorzieningen;
Complexiteit (gezins)situatie;
Of en zo ja hoeveel en welke andere professionals bij het gezin betrokken zijn.
**3..** In gevallen waarin de toegang tot jeugdhulp is verleend door de GI, is deze verantwoordelijk voor het voeren van casusregie t.o.v. de jeugdhulpaanbieder.
**4..** Het Gebiedsteam mag verzoeken om evaluatie met/bij de GI om te beoordelen of de ingezette ondersteuning (nog steeds) voldoende passend en kwalitatief is zodat er wordt toegezien op rechtmatige besteding van jeugdhulpgelden.
**5..** In geval van Jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht en jeugdreclassering, vindt er geen evaluatie plaats op initiatief van het college.
**6..** Op grond van artikel 8.1.2 van de wet en artikel 30 van de Verordening zijn ouders/jeugdige verplicht om medewerking te verlenen aan evaluaties.
**7..** De betrokken jeugdhulpaanbieder is in het kader van de gecontracteerde afspraken verplicht om medewerking te verlenen aan evaluaties.