Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet verder worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: basishuur: het deel van de huur dat een huurder zelf moet betalen zoals bedoeld in artikel 16 van de Wet op de Huurtoeslag. Over de basishuur is geen huurtoeslag mogelijk. De rijksoverheid stelt jaarlijks een minimum basishuur vast. belanghebbende: de alleenstaande of gehuwden die recht hebben op bijstand. In deze beleidsregels worden gehuwden of een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet als één belanghebbende beschreven. gemeente: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp. hypotheeklasten: de maandelijkse kosten van rente en aflossing die voortvloeien uit een hypothecaire geldlening voor de eigen woning, exclusief bijkomende kosten zoals premies van verzekeringen, belastingen, erfpachtcanon, onderhoudskosten en boeterente kale huur: de huurprijs van een woning exclusief bijkomende kosten zoals servicekosten, gas, water en licht; norm: de normen als bedoeld in artikel 20 tot en met 23 van de wet; wet: de Participatiewet woonkosten: van huur (zoals in artikel 1, sub d van de wet op de huurtoeslag), hypotheeklasten of andere aantoonbare kosten die rechtstreeks samenhangen met het feitelijk beschikken over onderdak. woonlasten: kosten voor het rioolrecht, eigenaarsgedeelte onroerend zaakbelasting, opstal/brandverzekering, waterschapslasten, gas, water en licht. Toelichting: Lid 2 sub 1 De rijksoverheid stelt jaarlijks een minimum basishuur vast. Daarvan verwacht de wetgever dat dit huur is die wordt betaald vanuit de algemene bijstand en niet wordt gedekt door eventuele huurtoeslag. In 2025 is deze basishuur € 199,05 voor eenpersoonshuishoudens en € 197,24 voor meerpersoonshuishoudens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel