De Vergunninghouder dient bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen één maand zijn in de Gemeente aanwezige Deelvoertuigen te verwijderen.
Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de Vergunninghouder is sprake als:
De Vergunninghouder zijn activiteiten binnen de Gemeente beëindigt. In dat geval brengt de Vergunninghouder de Gemeente daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte;
De Vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien;
De Vergunninghouder in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard. De Vergunning wordt in dat geval geacht te zijn vervallen vanaf het tijdstip van schriftelijke kennisname door de Gemeente;
De Gemeente de Vergunning intrekt.
Indien de Vergunninghouder de Deelvoertuigen niet binnen een maand verwijdert, kunnen Burgemeester en Wethouders overgaan tot verwijdering en de daarmee gemoeide kosten in rekening brengen bij de Vergunninghouder, alsmede kosten van noodzakelijke herstel van de openbare ruimte in originele staat.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6
Verwijdering Deelvoertuigen bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
Onderdeel van Nadere regels deelmobiliteit Breda 2026