1. Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast:
2. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:
a. het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of leidingen;
b. ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen;
c. de omgang met kabels en leidingen in verontreinigde gronden, rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen boven kabels en leidingen.