Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het gemeentebestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten;

b. activiteit: iedere vorm van menselijk handelen, voor zover het gemeentebestuur dit wil bevorderen;

c. budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een vast bedrag of een vast bedrag per prestatie voor de uitvoering van activiteiten die het gemeentebestuur naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden;

d. projectsubsidie: een subsidie die in beginsel eenmalig wordt verleend ter uitvoering van een project (een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het tijdig realiseren van een tevoren in de tijd vastgelegd doel met behulp van de inzet van geld, materiële en personele middelen) voor een specifieke gemeentelijke beleidsprioriteit;

e. waarderingssubsidie: een subsidie als waardering voor activiteiten die de gemeente van belang acht, maar die de gemeente niet rechtstreeks of slechts in beperkte mate naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden; De activiteiten kunnen al dan niet structureel of regelmatig terugkerend zijn.

f. investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop, verbouw, uitbreiding van accommodaties en/of materiële aanschaffingen ten behoeve van die accommodaties die voor de uitvoering van activiteiten noodzakelijk zijn;

g. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.

h. Subsidieovereenkomst: de overeenkomst die tussen de ontvanger van een budgetsubsidie of een projectsubsidie en de gemeente wordt gesloten ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening;

i. subsidieverlening: de beschikking met een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en waarin het subsidiebedrag wordt vermeld, dan wel de wijze wordt aangegeven waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen;

j. subsidievaststelling: de beschikking waarin definitief wordt beslist dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, en die aanspraak geeft op betaling van dat bedrag;

k. directe subsidievaststelling: het vaststellen van het subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt;

l. subsidietijdvak: het in de subsidieverlening genoemde tijdvak waarvoor subsidie is verleend;

m. boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een ander tijdvak is overeengekomen;

n. uitvoeringsregeling: een nadere regeling van subsidies voor bepaalde activiteiten, waarin subsidiegrondslagen en –criteria en verdeelregels zijn opgenomen;

o. voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2:374 Burgerlijk Wetboek

p. reserve: een reserve als bedoeld in artikel 2:373 Burgerlijk Wetboek;

q. egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb om de negatieve verschillen tussen de subsidie en de kosten van de gesubsidieerde activiteiten op te vangen;

r. gedeputeerde staten; gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant;

s. de raad: de raad van de gemeente Bergeijk;

t. het college: burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk.