1. Subsidievaststelling nadat voorafgaand subsidieverlening heeft plaatsgevonden, komt uitsluitend voor in geval van budgetsubsidies, projectsubsidies en investeringssubsidies.

2. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven stelt het college de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.

3. De subsidievaststelling vindt plaats uiterlijk binnen drie maanden nadat de aanvraag daartoe op correcte wijze heeft plaatsgevonden.

4. Het college kan de subsidie lager vaststellen indien:

a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden.

b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

5. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.