• - Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een commissie onderzoek geloofsbrieven in bestaande uit minimaal drie raadsleden en maximaal één raadslid per fractie.
  • - Het door de raad vastgestelde functieprofiel wethouders, eventueel aangevuld door het presidium is het uitgangspunt.
  • - Voorafgaand aan de benoeming tot wethouder geeft de voorzitter opdracht aan een extern bureau tot het uitvoeren van een ontwikkelassessment op basis van het vastgestelde functieprofiel.
  • - De kandidaat-wethouder wordt gevraagd om toestemming om het rapport te delen met de burgemeester en de commissie onderzoek geloofsbrieven indien de voordracht wordt voortgezet.
  • - Er vindt een kennismakingsgesprek plaats, onder leiding van een externe voorzitter, tussen de commissie onderzoek geloofsbrieven en de kandidaat-wethouder over de verwachtingen van het ambt van wethouders.
  • - De gesprekken met de commissie onderzoek geloofsbrieven vinden in beslotenheid plaats.
  • - De commissie onderzoek geloofsbrieven deelt haar conclusies en aanbevelingen en brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder waarna schriftelijke stemming in de raad plaatsvindt.
  • - De kandidaat-wethouder legt de eed of verklaring en belofte af.