• - Bij afwezigheid van de burgemeester of indien de burgemeester als portefeuillehouder deelneemt aan de beraadslaging wordt het voorzitterschap waargenomen door een plaatsvervangend voorzitter of nestor.
  • - De raad benoemt, volgens een vastgesteld functieprofiel, een plaatsvervangend voorzitter.
  • - De raad kan een benoemd plaatsvervangend voorzitter uit de functie ontheffen als de plaatsvervangend voorzitter niet langer het vertrouwen van de raad heeft.
  • - De benoeming vindt plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij een tussentijdse vacature.
  • - Bij verhindering van de raadsvoorzitter en de plaatsvervangend voorzitter treedt de nestor op als vervanger.