Uitvoeringseisen
De nieuwe stenen moeten qua hardheid hygroscopische eigenschappen, formaat, kleur en textuur aansluiten bij het bestaande metselwerk. Stenen die qua hardheid en hygroscopische eigenschappen afwijken kunnen het omliggende muurwerk beschadigen.
Bij schoon metselwerk moeten nieuw in te boeten bakstenen worden bemonsterd alvorens ze worden verwerkt.
Het verband waarin de stenen worden verwerkt moet hetzelfde zijn als in de bestaande situatie.
De metselmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de hardheid en vochtopname van het bestaande metselwerk. Een veel voorkomend verschijnsel is het vervangen van een kalkmortel door cement. Cement is te star voor kalkhoudend metselwerk waardoor de hechting vaak niet goed is. De mortel kan dan los komen en/of schade aan het omliggende werk veroorzaken.
Roestende metalen elementen in de gevel moeten worden ontroest en metalen restanten zonder functie (of decoratieve waarde) moeten worden verwijderd. Roestend metaal zet uit en kan het metselwerk kapot drukken en daarmee de gevel beschadigen.
De nieuw in te brengen metselstenen en de bestaande gevel moeten dusdanig vochtig zijn of worden bevochtigd dat er bij de verwerking geen vochtuitwisseling met het bestaande metselwerk optreedt.
Hoofdstuk › Paragraaf 4
Artikel 4.5
Reparatie en inboeten van metselwerk
Onderdeel van Beleidskader Monumenten 2026