(PW, IOAW, IOAZ, Awb)
De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de inwoner wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.
Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren kwetsbare inwoners in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek is zal zijn zal zijn loonwaarde worden vastgesteld. Dit wordt gedaan door een landelijk erkende methodiek op de werkplek. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op deze loonwaarde afgestemd op basis van het wettelijk minimumloon.
Wanneer een werkgever of werknemer een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsidie indient bevestigt de gemeente de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer een aanvraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging. Loonkostensubsidie moet aangevraagd worden binnen zes maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst.
Een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsidie wordt, als de inwoner nog niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doelgroep behoort. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienstverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door de gemeente en die bepaald of het middel praktijkroute van toepassing is.
De loonwaarde wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld, tenzij in overleg met de werkgever, forfaitaire loonkostensubsidie wordt toegekend. Hierbij geldt dat opname in het doelgroepenregister pas van toepassing is na vaststellen van de loonwaarde inclusief no-riskpolis.
De gemeente gebruikt bij het verstrekken van de wettelijke loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Verordening Werk, Participatie, Inkomen en Schuldhulp gemeente Boekel 2026