Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.5

Proefplaats

Onderdeel van Verordening Werk, Participatie, Inkomen en Schuldhulp gemeente Boekel 2026

(PW, IOAW, IOAZ) De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. Het doel van de proefplaats is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk, maar ook om te kijken of de functie kan worden aangepast zodat deze goed bij de inwoner past. Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal zes maanden zonder proeftijd als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaats niet wordt omgezet in een dienstverband legt de werkgever uit wat hij heeft gedaan om de inwoner te begeleiden en waarom de inwoner geen dienstverband krijgt. Een proefplaats duurt maximaal twee maanden met een werkweek van maximaal 40 uur per week. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal vier maanden als dat nodig is om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van de inwoner. De proefplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. Daarin worden het doel van de proefplaatsing opgenomen, hoe lang de proefplaats duurt, wat de werkzaamheden en de werktijden zijn en hoe de begeleiding plaatsvindt. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De werkgever zorgt voor een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering. Een proefplaats kan niet worden ingezet wanneer voor dezelfde inwoner bij dezelfde werkgever een werkstage is ingezet. De gemeente kan tijdens de proefplaatsing een loonwaardemeting uitvoeren.

Rechtspraak bij dit artikel