Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Subsidie voor deelname peuteropvang en VVE: Basisomschrijving

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Noardeast-Fryslân

1. De gemeente kan subsidie verlenen aan een (VVE-)aanbieder voor het aanbieden van; Peuteropvang voor een peuter van wie de ouder(s) niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; Extra VVE-aanbod voor een doelgroeppeuter. 2. De gemeente verleent subsidie voor de peuteropvang en/of VVE voor peuters woonachtig in de gemeente. In uitzonderlijke gevallen wordt subsidie verleend voor de peuteropvang en/of VVE voor peuters die niet woonachtig zijn in de gemeente. Hierover vindt in alle gevallen vooraf afstemming plaats met de gemeente. 3. Subsidie kan aangevraagd worden voor een (doelgroep)peuter vanaf de week waarin deze 2 jaar oud wordt, tot aan de week waarin deze 4 jaar oud wordt. 4. In het kader van het wisselende aanbod van uren per dagdeel, wordt één dagdeel peuteropvang gelijkgesteld aan 4 uren. 5. De (VVE-) aanbieder verrekent de subsidie met de ouder(s). 6. De ouder(s) betalen voor gesubsidieerde peuteropvang de ouderbijdrage aan de aanbieder. 7. De aanbieder verrekent de ouderbijdrage met de subsidie die de aanbieder van de gemeente ontvangt voor het aanbieden van peuteropvang en VVE. 8. De ouder(s) betalen voor het 3e en 4e dagdeel VVE geen ouderbijdrage. 9. De hoogte van de door de (VVE-)aanbieder te ontvangen subsidie wordt gebaseerd op de subsidieaanvraag (bevoorschotting): a. Het aantal uren dat peuteropvang afgenomen wordt; b. Het aantal uren dat VVE afgenomen wordt; c. Het landelijk uurtarief of, wanneer lager dan het landelijk uurtarief, het uurtarief van de (VVE-) aanbieder; d. De hoogte van de ouderbijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel