Er geldt een ondergrens van 6 peuters op de peuteropvang;
Indien de peuteropvang op 2 opeenvolgende teldata minder dan 6 peuters telt, verstrekt de gemeente geen subsidie meer vanaf 1 januari volgend op de 2de teldatum, voor de peuters op die locatie. Als teldatum wordt 1 oktober genomen;
Indien een kinderopvangorganisatie een nieuwe peuteropvanglocatie wil starten met minder dan 6 peuters, verstrekt de gemeente hiervoor geen subsidie totdat het minimumaantal van 6 peuters is bereikt.
Artikel 7.
Minimum aantal peuters
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Noardeast-Fryslân