Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8:1

selectiecriteria

Onderdeel van BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027-2029

Bij de subsidieaanvraag dient de aanvrager een projectplan in. Om de aanvraag met de hoogste kwaliteit te selecteren, zijn de selectiecriteria in onderstaande tabel vastgesteld. Per criterium kan een maximaal aantal punten worden behaald. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager die het hoogste aantal punten scoort. Dit blijkt uit het onder Hoofstuk 2 lid 2a ingediende projectplan. Onder de tabel wordt per selectiecriterium aangegeven welke aspecten worden beoordeeld. Selectiecriteria Maximaal aantal punten Projectplan 1.Invulling welzijnswerk 2.Integrale aanpak welzijnswerk 3.Visie op welzijnswerk 4.Behoud van kennis relaties en netwerk 5.Samenwerking met 0e, 1e en 2e lijnszorg 6.Rol binnen (vroeg)signalering 7.Kennis van toekomstige ontwikkelingen 8.Communicatieplan 9.Kwaliteitssysteem 10. Referentie 40 10 5 15 5 5 5 5 5 5 Totaal 100 Invulling welzijnswerk De aanvrager beschrijft hoe invulling wordt gegeven aan de prestaties en activiteiten van de verschillende onderdelen, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Met betrekking tot de volgende onderdelen wegen we de hieronder beschreven aspecten mee in onze beoordeling: steunpunt mantelzorg: hoe ‘niet zichtbare’ mantelzorgers worden bereikt en hoe -binnen de beschikbare middelen- een passende verhouding tussen collectieve en individuele ondersteuning wordt gerealiseerd; steunpunt vrijwilligers: hoe om wordt gegaan met de afnemende beschikbaarheid van vrijwilligers en hoe overvraging of ‘vervanging van professionele zorg’ wordt voorkomen; opbouwwerk: hoe om wordt gegaan met de naar binnen gerichte houding in dorpen, waarin persoonlijke en kwetsbare situaties niet makkelijk gedeeld worden. En hoe inwoners worden betrokken die niet meedoen; jongerenwerk: hoe jongeren online bereikt kunnen worden en de ervaring hiermee; ouderenwerk: hoe kwetsbare ouderen die niet vanzelf in beeld zijn worden bereikt. Welke visie de welzijnsorganisatie heeft op de uitvoering van de dementievriendelijke samenleving en met welke methodieken zij bewustwording en handelingsbekwaamheid op het gebied van dementie vergroot. Integrale aanpak welzijnswerk De aanvrager beschrijft hoe de verschillende onderdelen uit hoofdstuk 3 met elkaar worden verbonden (onder andere mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk en opbouwwerk), met als doel een maximaal integraal effect te bereiken. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de thema’s laaggeletterdheid en mentale gezondheid, die door alle onderdelen heen lopen. Visie op welzijnswerk De aanvrager presenteert een onderbouwde visie op welzijnswerk die aansluit bij het overkoepelende beleidskader Sociaal Domein van de gemeente. In deze visie wordt weergegeven hoe de aanvrager: de positieve gezondheid van inwoners bevordert, de sociale basis uitbouwt, inwoners zelfredzamer en samenredzamer maakt en zwaardere zorg voorkomt. Behoud van kennis, relaties en netwerk De aanvrager beschrijft hoe het fijnmazige netwerk binnen de sociale basis in de kernen, dat de afgelopen jaren door Stichting Sociom is opgebouwd, wordt geborgd. De aanvrager beschrijft of en zo ja hoe hij zich inspant om de beschikbare werknemers van Stichting Sociom een passend aanbod tot indiensttreding te doen, en hoe daarmee de continuïteit van kennis, netwerk en bestaande relaties met inwoners en samenwerkingspartners wordt geborgd. Onder beschikbare werknemers worden verstaan de werknemers die per 1 juni 2026 in dienst waren van Stichting Sociom, voor 70% of meer van hun werkbare uren werkzaam waren voor de gemeente West Maas en Waal en betrokken waren bij de uitvoering van de activiteiten zoals beschreven in hoofdstuk 3. Samenwerking met 0e, 1e en 2e lijnszorg De aanvrager beschrijft de rol binnen de ketensamenwerking en laat zien dat: effectief wordt samengewerkt binnen verschillende domeinen van zorg en welzijn; verbinding wordt gelegd tussen de sociale basis (0e lijn), eerstelijnszorg en specialistische zorg (2e lijn). Rol binnen (vroeg)signalering De aanvrager beschrijft welke rol zij beoogt te vervullen m.b.t. (vroeg)signalering. Kennis van toekomstige ontwikkelingen De aanvrager toont aan over voldoende kennis te beschikken van toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving binnen het sociaal domein (onder andere Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), evenals van relevante akkoorden (zoals AZWA), en beschrijft hoe hier in de bedrijfsvoering op wordt ingespeeld. Communicatieplan De aanvrager communiceert effectief en voegt een beknopt communicatieplan als bijlage toe. Hieruit blijkt dat: de communicatie doelgroepgericht en (digitaal) toegankelijk is. Websites of webapplicaties zijn toegankelijk volgens de Richtlijnen voor Toegankelijkheid van Webcontent 2.1. en geschreven op B1 taalniveau; effectief gebruik wordt gemaakt van verschillende communicatiekanalen, waaronder een website, sociale media en papieren media; de gemeente op de hoogte wordt gehouden van de communicatieplanning. Kwaliteitssysteem De aanvrager toont aan het Kwaliteitslabel Sterk Sociaal Werk te hebben of een vergelijkbaar aantoonbaar kwaliteitssysteem dat toeziet op vakmanschap, dienstverlening, veiligheid, reflectie en organisatiekwaliteit. Referentie Voor dit selectiecriterium kunnen 5 of 0 punten worden verkregen. De aanvrager krijgt uitsluitend 5 punten als voldaan wordt aan twee voorwaarden: overlegging van een tevredenheidsverklaring van de betreffende contractmanager (en indien onverhoopt niet meer werkzaam bij de referent/ gemeente: van een andere persoon die de referent/ gemeente kan vertegenwoordigen) dat het welzijnswerk naar tevredenheid is uitgevoerd inzake de opgegeven referentie als bedoeld onder artikel 2.2.d onder 2; overlegging van een verklaring van de aanvrager dat in een periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag er geen opdracht- of subsidierelatie inzake het uitvoeren van welzijnswerk voortijdig door een gemeente is beëindigd (het niet benutten van een (verlenging)optie valt daar niet onder) en/ of tot een schadeplicht zijdens aanvrager heeft geleid vanwege (naar het oordeel van de betreffende gemeente) wanprestatie door aanvrager. Hiervoor moet dezelfde verklaring worden gebruikt als bedoeld onder 2.2.d onder 1, met dien verstande dat indien uit de verklaring blijkt dat er wel degelijk een dergelijke omstandigheid zich heeft voorgedaan en aanvrager niettemin gemotiveerd van oordeel is dat een weigering disproportioneel zou zijn, én de gemeente onverplicht (inderdaad) zou besluiten op deze grond de aanvraag niet te weigeren (zie ook artikel 6.1.2) de gevolgtrekking in alle gevallen dus (wel) is dat voor dit selectiecriterium geen punten kunnen worden verkregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel