Bij het opleggen van een boete wordt deze verordening in acht genomen. De boete wordt opgelegd als de nieuwkomer zich naar het oordeel van het college gedraagt in strijd met artikel 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10, derde lid of 12, eerste lid van de wet. Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen boete opgelegd.