Evenredigheidstoets
Op 2 februari 2022 heeft de Afdeling nadere invulling gegeven aan de evenredigheidstoets van een besluit op grond van artikel 3:4 van de Awb. Besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet worden getoetst aan dit evenredigheidsbeginsel, inhoudende dat de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. 13 ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
De bestuursrechter maakt bij het toetsen aan het evenredigheidsbeginsel onderscheid tussen de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van het besluit. De bestuursrechter toetst of het besluit geschikt is om het doel te bereiken, of het een noodzakelijke maatregel is of dat met een minder vergaande maatregel kan worden volstaan, en of de maatregel in het concrete geval evenwichtig is. De burgemeester weegt aan de hand van de hierboven genoemde punten of het sluiten van de woning evenredig is. Bij deze afweging past de burgemeester dit Damoclesbeleid toe.
Geschiktheid
Om te toetsen of het besluit geschikt is om het gestelde doel te bereiken, is het wettelijk doel van artikel 13b van de Opiumwet van belang, namelijk het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Deze beleidsregels bevatten evenwel aanvullende, specifiekere doelen. Mocht dit doel met een minder vergaande maatregel ook bereikt kunnen worden, dan moet hiervoor worden gekozen.
Noodzakelijkheid
Wat betreft de noodzakelijkheid moet worden nagegaan of de opgelegde maatregel noodzakelijk is om het woon- en leefklimaat te beschermen en in het belang van de openbare orde.14 ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, r.o. 4.1. De sanctie zal, gelet op de overtreding (en de impact daarvan op de woon- en leefomgeving), proportioneel moeten zijn. Hierbij wordt naar de soort maatregel gekeken en naar de hoogte of de duur van de maatregel. De noodzakelijkheid van de maatregel mag met name worden afgeleid uit de ernst en de omvang van de overtreding. Verder dient onder andere te worden gekeken naar de feiten die eerder genoemd zijn in paragraaf 5.4.
Evenwichtigheid
De opgelegde maatregel moet evenwichtig zijn gelet op de gevolgen van de maatregel voor de betrokkenen en het doel van de maatregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te mogen maken. De gevolgen van de sluiting kunnen leiden tot het oordeel dat de sluiting onevenredig is.
Voorop staat dat inherent aan het sluiten van een woning een bewoner de woning moet verlaten. Men heeft immers een bepaald risico genomen door zich (wederom) in te laten met de productie en/of handel in drugs, en de gevolgen van die keuze mogen door de betreffende bewoner(s) worden gedragen. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid, maar dat kan anders zijn als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen.15 ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, r.o. 4.2.2. Het gaat hierbij niet om een binding met de omgeving van de woning, maar specifiek om een binding met de woning zelf. De burgemeester moet nagaan in hoeverre de betrokkene zelf geschikte vervangende woonruimte kan regelen, zoals bij familie, vrienden, kennissen of via andere kanalen. De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden rust daarbij primair bij de betrokkene zelf.16ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2605. Er kan toch een rol weggelegd zijn voor de burgemeester, bijvoorbeeld als de betrokkene na geleverde inspanningen niet in staat blijkt een vervangend onderkomen te vinden. In dat geval dient de burgemeester te informeren naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. Dit betreft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. De burgemeester hoeft dus niet concreet een vervangende woning aan te bieden.
Daarnaast moet onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor de eventuele medische situatie van de belanghebbende(n), of er huurrechtelijke gevolgen zijn en of er minderjarige kinderen in de woning wonen. De aanwezigheid van minderjarige kinderen in een woning is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan van sluiting moet worden afgezien.17 ABRvS 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4008, r.o. 4.6. Wel moet voldoende aandacht geschonken worden aan het feit dat er minderjarige kinderen wonen. De aanwezigheid van minderjarige kinderen tezamen met andere omstandigheden kan maken dat in redelijkheid de betreffende maatregel niet moet worden toegepast. 18 Rb. Limburg 23 december 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:9840, r.o. 22.
Ook speelt het herstelkarakter van de maatregel een belangrijke rol. De last onder bestuursdwang is een herstelsanctie, dat brengt met zich mee dat het toepassen van bestuursdwang gericht moet zijn op het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling en niet op het toebrengen van leed. Wanneer de maatregel aangemerkt kan worden als een punitieve sanctie is dat in veel gevallen in strijd met artikel 6 EVRM. 19 ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3482, r.o. 11.
Met dit Damoclesbeleid geeft de burgemeester invulling aan deze evenredigheidstoets.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.5
Noodzakelijk, evenredigheid, geschiktheid
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) gemeente Westerwolde juli 2026