• - Bij het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 8, controleert het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger.
  • - Het controleren van de identiteit gebeurt in ieder geval aan de hand van een identiteitsbewijs als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk en evenredig is:
    • - gelet op de zwaarte van de te bieden jeugdhulp;
    • - ter voorkoming van fraude; of
    • - ter controle van het wettelijk gezag van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger over de jeugdige.
  • - Onder identiteitsbewijs wordt verstaan: een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of, ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit:
    • - een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;
    • - een verblijfskaart van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen);
    • - een buitenlands paspoort; of
    • - een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).