Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Lagere bijstand vanwege de woonsituatie

Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026

2.6.1.. Voor een inwoner in de leeftijd van 21 tot de pensioengerechtigde leeftijd verlaagt het college de toepasselijke bijstandsnorm met 18% wanneer sprake is van één van de volgende situaties conform artikel 27 van de Wet: de inwoner woont in een woning zonder woonkosten; de woonkosten worden geheel door een ander betaald; de inwoner geen woning heeft. 2.6.2.. De verlaging genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op: personen die onder de kostendelersnorm vallen; inwoners die in een inrichting verblijven; alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) die op of na hun 18e verjaardag verblijven in een woonvoorziening onder verantwoordelijkheid van Nidos. Dit verblijf wordt niet gelijkgesteld met een woonsituatie zonder woonkosten als bedoeld in het eerste lid. 2.6.3.. Voor AMV als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vindt afstemming van het noodzakelijk levensonderhoud plaats met toepassing van artikel 4.19 “aanvullende bijzondere bijstand voor AMV”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel