** 4.15.1. .** Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor woonkosten als:
de inwoner in een gehuurde woning of woonwagen woont en door bijzondere omstandigheden (nog) geen beroep kan doen op huurtoeslag volgens de Wet op huurtoeslag. Deze bijzondere bijstand eindigt zodra de inwoner wél een beroep op huurtoeslag kan doen.
de inwoner in een eigen woning woont en alleen vanwege die eigen woning geen beroep op huurtoeslag kan doen.
** 4.15.2. .** De hoogte van de bijzondere bijstand voor woonkosten wordt vastgesteld volgens de bepalingssystematiek van de Wet op de huurtoeslag, met inachtneming van de per 2026 geldende wijzigingen, waaronder:
het vervallen van de maximale huurgrens voor de het recht op huurtoeslag;
het feit dat alleen de kale huur in de berekening wordt meegenomen, omdat servicekosten vanaf 2026 niet meer meetellen.
** 4.15.3. .** Is de kale huur hoger dan de maximale rekenhuur die wordt gebruikt voor de berekening van de huurtoeslag (zoals vastgesteld voor het betreffende jaar), dan wordt de bijzondere bijstand verhoogd met het deel van de werkelijke kosten boven deze rekenhuur. De bijzondere bijstand wordt in dat geval toegekend voor maximaal 12 maanden. De inwoner krijgt daarbij de verplichting om zich in te spannen voor het vinden van een meer passende en betaalbare woning. Zodra de inwoner een goedkopere woning heeft kunnen accepteren, eindigt de bijzondere bijstand. Indien de inwoner voldoende inspanning heeft geleverd maar geen passende woning heeft kunnen vinden, kan de toekenning met maximaal 12 maanden worden verlengd.
** 4.15.4. .** Voor eigenaren wordt de woonkostentoeslag overeenkomstig de huurtoeslag bepaald. Als woonkosten tellen onder andere hypotheekrente (geen aflossing), erfpachtcanon en zo nodig VVE-bijdragen voor instandhouding/onderhoud gemeenschappelijke delen. Hypotheekrenteaftrek (fiscaal voordeel) wordt verdisconteerd in de te vergoeden woonkosten en/of de draagkracht.
** 4.15.5. .** Bij zelfstandigen kunnen de inkomsten sterk wisselen. Om te voorkomen dat de woonkostentoeslag daardoor onnodig fluctueert, kan het college uitgaan van een representatief gemiddeld jaarinkomen of een voorlopige draagkrachtberekening. Nadat het definitieve inkomen over het boekjaar bekend is, kan het college de woonkostentoeslag herzien op basis van het werkelijke inkomen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.15
Woonkosten
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026