**4.16.1..** Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de periode tussen het wegvallen van inkomsten en de eerste uitbetaling van algemene bijstand, indien de inwoner deze periode door bijzondere omstandigheden niet zelf kan overbruggen.
**4.16.2..** De overbrugging bedraagt maximaal de toepasselijke bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag), verminderd met de eerste maand huur en overige beschikbare middelen.
**4.16.3..** Indien de inwoner de huurtoeslag niet tijdig kan ontvangen, kan het college bijzondere bijstand verlenen voor maximaal drie maanden .Deze bijstand wordt verrekend met de alsnog te ontvangen huurtoeslag.
**4.16.4..** De eerste maand huur wordt in beginsel aangemerkt als een noodzakelijke bestaanskost. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk indien:
de huisvesting noodzakelijk is (zoals bij dakloosheid, uitstroom opvang of relatiebeëindiging);
de kosten zijn gemaakt vóór ingangsdatum van de bijstand; en
reservering redelijkerwijs niet mogelijk was.
** 4.16.5. .** Bij tijdelijke en niet-voorkombare dubbele woonlasten kan het college bijzondere bijstand verlenen voor de noodzakelijke duur.
** 4.16.6. .** Borg wordt verstrekt als bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening.
** 4.16.7. .** Bij vergunninghouders wordt in beginsel aangenomen dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Overbrugging en de eerste maand huur kunnen om niet worden verstrekt, tenzij de inwoner over eigen middelen beschikt.
** 4.16.8. .** Bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt; alleen bij voorzienbare snelle terugbetaling kan een lening worden verstrekt. Het college kan bewijsstukken vragen, zoals bankafschriften en huurovereenkomsten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.16
Overbrugging en aanvang woonlasten
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026