Een jeugdige of ouder(s) die in aanmerking komt voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wil inkopen met een pgb, dient een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In dit pgb-plan staat in ieder geval:
de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en waarom een pgb gewenst is;
welke individuele jeugdhulpvoorziening de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb wil inkopen, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; wie de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening is; op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp wordt gewaarborgd;
indien van toepassing, welke jeugdhulp vanuit het sociale netwerk wordt betrokken;
de kosten van de voorziening, uitgesplitst naar aantal eenheden en uurtarief;
een motivatie aan de hand van de punten van artikel 20 lid 1 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de pgb-taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Het college verstrekt een pgb als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de jeugdige of zijn ouder(s) gemotiveerd stelt dat de door het college gecontracteerde voorziening niet passend is;
uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid (artikel 20) blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder het pgb adequaat kan beheren; en
naar het oordeel van het college, met inachtneming van artikel 22, is gewaarborgd dat de met het pgb in te kopen jeugdhulp van goede kwaliteit is en in voldoende mate bijdraagt aan het beoogde resultaat uit het pgb‑plan.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp. Daarvan is in ieder geval sprake wanneer deze uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag:
fraude heeft gepleegd (opzettelijke misleiding voor financieel voordeel);
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen die de veiligheid of kwaliteit van hulp in gevaar brengen;
is veroordeeld tot een gevangenisstraf;
op grond van een Bibob‑toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder.
Daarnaast weigert het college een pgb als een wettelijke weigeringsgrond van artikel 8.1.1, vierde lid, Jeugdwet van toepassing is. Er is ook geen recht op een pgb als de jeugdige of zijn ouder(s) zich bij een eerdere pgb‑verstrekking niet aan opgelegde verplichtingen heeft gehouden.
Een pgb voor informele hulp wordt alleen toegekend als dit niet leidt tot overbelasting van de zorgverlener. Het college gaat hierbij uit van een maximale werkweek van gemiddeld 40 uur per persoon. Het totaal aantal uren arbeid, inclusief de uren vanuit het pgb, mag die 40 uur per week niet overschrijden.
De jeugdige of zijn ouder(s) kan niet kiezen voor een vast totaalbedrag per maand, kwartaal of jaar in plaats van een uurtarief om de jeugdhulp mee in te kopen.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 19.
Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026