Het college gaat ervan uit dat de budgethouder op een zorgvuldige wijze invulling geeft aan zijn of haar verantwoordelijkheden. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen, moet de beoogd budgethouder, eventueel met hulp uit het sociale netwerk of van een budgetbeheerder, in elk geval:
een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag;
op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen bij een pgb, of deze zelf (online) kunnen opzoeken;
een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden;
voldoende vaardig zijn in de Nederlandse taal om te communiceren met gemeente, de Sociale Verzekeringsbank en zorgverleners;
zelfstandig kunnen handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener kunnen kiezen;
afspraken kunnen maken en vastleggen en dit kunnen verantwoorden aan het college;
kunnen beoordelen en onderbouwen of de geleverde zorg passend en van voldoende kwaliteit is;
de inzet van zorgverleners kunnen coördineren zodat zorg continu doorgaat, ook bij verlof of ziekte;
als werk- of opdrachtgever zorgverleners kunnen aansturen en aanspreken op hun functioneren;
voldoende kennis hebben van werk-/opdrachtgeverschap of weten waar die kennis te vinden is.
Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet pgb-vaardig geacht als één of meer van de volgende omstandigheden gelden:
het beheer wordt gedaan door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert, tenzij deze persoon een eerstegraads bloed- of aanverwant van de jeugdige is;
er is sprake van één of meer van de volgende situaties:
1. schuldenproblematiek;
2. ernstige verslavingsproblematiek;
3. aangetoonde fraude in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
4. een aanmerkelijke verstandelijke beperking;
5. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
6. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis;
7. het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift;
8. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.