Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 22.

Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026

Voor de kwaliteit van een met pgb ingekochte individuele voorziening (formeel of informeel), geldt dat de uitvoerder van de jeugdhulp in elk geval: beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag die bij de start van de zorgovereenkomst niet ouder is dan drie maanden en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar. Ouders zijn uitgesloten van deze eis; de juiste vaardigheden en deskundigheid heeft om verantwoorde hulp te bieden; een deugdelijke administratie bijhoudt met registratie van de geleverde hulp; voldoende vaardig is in de Nederlandse taal om te communiceren; werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; de hulp uitvoert conform de beschikking van het college; de hulp afstemt op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s); de hulp afstemt op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waarvan de jeugdige of zijn ouder(s) gebruikmaakt; de privacy respecteert en vertrouwelijk omgaat om met informatie over de persoonlijke situatie; bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling contact opneemt met Veilig Thuis voor advies of voor het doen van een melding; calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp meldt aan het college; meewerkt aan toezicht en (on)aangekondigd onderzoek door het college of aangewezen derden, zowel op inhoudelijke kwaliteit als op rechtmatigheid; naar het oordeel van het college door de verlening van de jeugdhulp niet overbelast is of raakt; instemt met de in het actieplan gemaakte afspraken over verslaglegging en evaluatie. Voor formele jeugdhulp gelden daarnaast de volgende aanvullende eisen: de uitvoerder voldoet aan wat is bepaald in artikel 21, eerste en tweede lid; handelt in overeenstemming met de professionele standaard; werkt op basis van een hulpverleningsplan; werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. Er wordt geen pgb verstrekt voor informele jeugdhulp als uit het afwegingskader verantwoorde werktoedeling (op basis van het Kwaliteitskader Jeugd) blijkt dat formele jeugdhulp noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel