Van formele hulp is sprake als jeugdhulp wordt verleend door één van de volgende personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die voor de pgb-taken in het Handelsregister staat ingeschreven en beschikken over de relevante diploma’s;
personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) staan ingeschreven in het Handelsregister voor de betreffende pgb-taken en beschikken over de relevante diploma’s;
personen die staan ingeschreven in het BIG-register (artikel 3 Wet BIG) en/of het SKJ-register (artikel 5.2.1 Besluit Jeugdwet) (S) voor beroepen in de jeugdhulp.
Als jeugdhulp wordt verleend door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp.
Als de jeugdhulp wordt verleend door een andere persoon dan genoemd in lid 1 onder a, b of c, is er ook sprake van informele hulp.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 21.
Onderscheid formele en informele hulp
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026