Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 29.

Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026

Het college stemt de jeugdhulp waar een jeugdige of een ouder behoefte aan heeft, ten minste af op voorzieningen en activiteiten op grond van: de Leerplichtwet; de Participatiewet; de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de Wet Inburgering 2021; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Wet passend onderwijs; de Wet publieke gezondheid; de Wet tijdelijk huisverbod; de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Dit gebeurt zodanig dat voorzieningen zo goed mogelijk op elkaar aansluiten en het college de jeugdige of zijn ouder(s) actief ondersteunt bij het verkrijgen van toegang tot andere voorzieningen en bij het behoud van continuïteit van zorg. De afgestemde jeugdhulp wordt zo ingezet dat deze leidt tot: het opheffen van levensbedreigende situaties of situaties die met grote waarschijnlijkheid tot ernstige gezondheidsschade leiden; stabilisatie van een crisissituatie (anders dan onder a); een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van de jeugdige of ouder, voor zover dat haalbaar is. Bij de afstemming van jeugdhulp weegt het college onder meer: de behoefte aan hulp en ondersteuning van een jeugdige of ouder; de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (artikel 14); welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect heeft en in hoeverre hulp gelijktijdig kan of moet worden ingezet; welke combinatie van hulp en ondersteuning op de langere termijn de minste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Als een jeugdige van 16 jaar of ouder jeugdhulp ontvangt en naar verwachting na zijn achttiende levensjaar nog hulp of ondersteuning nodig heeft op grond van een ander wettelijke kader zoals Wmo, Wlz of Zvw, is het college gehouden om: voor het 18e jaar zodanige hulp en ondersteuning te bieden dat de hulp vanaf 18 jaar zo beperkt mogelijk kan zijn; de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen voor zover nodig. Ter uitvoering hiervan onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is vanaf de 18e verjaardag en op welke wijze en vanuit welke wet deze ondersteuning na het 18e jaar wordt ingezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel