Verschillende vormen van collectief wonen lopen in de praktijk vaak door elkaar of worden met elkaar verward. Om helderheid te creëren, definiëren we deze woonvormen en begrenzen we ze ten opzichte van elkaar. Duidelijke definities voorkomen misverstanden, zorgen voor consistent beleid en bieden initiatiefnemers en andere betrokkenen gelijke behandeling en duidelijke verwachtingen. Daarom onderscheiden we in dit beleid de volgende vormen van collectief wonen:
Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO): De toekomstige bewoners zijn individueel (verenigd in een collectief) de initiatiefnemer. Het collectief is verantwoordelijk voor de planontwikkeling, het ontwerp, en de realisatie van de woningen. Bewoners hebben maximale zeggenschap over ontwerp en realisatie, met ondersteuning van een externe adviseur. Het gaat hierbij altijd om koopwoningen, die zonder winstoogmerk worden ontwikkeld.
Medeopdrachtgeverschap (MO): Bewoners zijn samen met een professionele partij (ontwikkelaar, corporatie of belegger) initiatiefnemer. Zeggenschap wordt gedeeld; bewoners hebben invloed, maar niet de volledige regie. Bij deze vorm heeft de eindgebruiker een lagere vorm van verantwoordelijkheid dan bij CPO. Het kan hier zowel om huur- als koopwoningen gaan.
Wooncoöperaties: De coöperatie (rechtspersoon van bewoners) is initiatiefnemer. De bewoners huren van de coöperatie. Er is dus geen individueel woningbezit. Bewoners hebben langdurige zeggenschap en zelfbeheer; met focus op betaalbaarheid en gemeenschappelijkheid. Vaak is een buurtvereniging onderdeel bij deze woonvorm, wat zorgt voor een sterke sociale cohesie.
Welke ontwikkelvormen ziet de gemeente Soest als collectieve wooninitiatieven?
Alle bovengenoemde ontwikkel- en eigendomsvormen komen in aanmerking, zolang zij een collectief wooninitiatief zijn zoals benoemd in 3.1.
Welke ontwikkelvormen vallen buiten dit kader?
Initiatieven die niet voldoen aan onze definitie, kunnen nog steeds maatschappelijke meerwaarde hebben en wenselijk zijn, maar vallen buiten de scope van dit kader. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
Individuele particulier ontwikkelde woonvormen als losse tiny houses en zelfbouwkavels.
CPO zonder collectieve component van wonen en leven;
Institutionele woonzorginitiatieven die niet voldoen aan onze definitie;
Woongroepen die bestaan uit onzelfstandige woningen in bestaande woningen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Verschillende vormen van collectief wonen
Onderdeel van Beleid collectieve wooninitiatieven gemeente Soest