Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Intrekking en terugvordering leefgeld

Onderdeel van Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Berg en Dal

1.. Het college trekt op grond van artikel 7 lid 2 van de Regeling met ingang van de eerstvolgende maand de verstrekking als bedoeld in artikel 6 eerste lid, aanhef en onder b van de Regeling geheel in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid: inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft welke gelijk dan wel hoger zijn dan 115 procent van het leefgeld; een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt welke gelijk dan wel hoger is dan 115 procent van het leefgeld; Partneralimentatie of kinderalimentatie voor ten laste komende minderjarige kinderen welke gelijk dan wel hoger is dan 115 procent van het leefgeld; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college om informatie te verstrekken over zijn inkomen en gezinssamenstelling als bedoeld in artikel 2a van de Regeling; inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van het leefgeld gebruik heeft gemaakt. 2.. Of als inkomsten genoemd in artikel 2 lid 1 sub a, b en/of c in gezamenlijkheid leiden tot inkomsten gelijk dan wel hoger dan 115 procent van het leefgeld 3.. Het college vordert op grond van artikel 7 lid 6 van de Regeling het verstrekte leefgeld als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder b van de Regeling terug, indien dit ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt. 4.. Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin te veel of ten onrechte verstrekte leefgeld terug van de meerderjarige ontheemde en/of diens meerderjarige gezinslid. 5.. De terugvordering bedraagt niet meer dan er is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel