**1..** Het college start de terugvordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot intrekking van het leefgeld en hanteert daarbij de in artikel 4:87 Awb genoemde betalingstermijn van zes weken.
**2..** Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit afgegeven intrekkingsbesluit omvat daarbij het volgende:
de hoogte van (het saldo van) de vordering;
de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen;
de datum waarop de betalingsverplichting in gaat;
de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 Awb een betalingsregeling te treffen.
**3..** Als de belanghebbende alleen leefgeld ontvangt of inkomsten ontvangt die lager zijn dan de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting in beginsel bepaald op 5% van het leefgeldnorm.
**4..** Als de belanghebbende inkomsten ontvangt, die hoger zijn dan de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bepaald op maximaal de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**5..** Wanneer de feiten en omstandigheden hierom vragen kan afgeweken worden van artikel 3 lid 3 en artikel 3 lid 4 van deze beleidsregels en wordt maatwerk toegepast.
Artikel 3
Invordering leefgeld
Onderdeel van Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Berg en Dal