Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • - vakantieonderkomen: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
  • - mobiel kampeeronderkomen: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
  • - kampeerterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit plaatsen met of voor vakantieonderkomens en/of mobiele kampeeronderkomens geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
  • - arrangement: periodes in het belastingjaar zoals weergegeven in artikel 6, lid 3 tot en met lid 5.