1.. Dit traject richt zich op het product hulp in het huishouden.

2.. Resultaat:

  • - Een schoon en leefbaar huis.
  • - De wasverzorging.
  • - Het aanleren van huishoudelijke taken.
  • - Signaleren van veranderingen die invloed hebben op de zelfredzaamheid.

3.. Aanvullende uitgangspunten:

  • - Definitie van deze doelstelling: een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen:
    • - Schoon: basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen;
    • - Leefbaar: Opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
  • - De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: de inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrek(ken), de keuken, sanitaire ruimtes en de gang/ trap;
  • - De afbakening van activiteiten die niet onder de voorziening vallen; het schoonmaken van de buitenruimten bij het huis, denk hierbij aan de ramen, de tuin en het balkon.
  • - Er wordt uitgegaan van de doelstellingen schoon en leefbaar huis en wasverzorging. De doelstellingen boodschappen en regie/ organisatie zijn geen ondersteuningsvormen die onderdeel uitmaken van de voorziening hulp in het huishouden;
  • - Het nemen van een huisdier betreft een eigen keuze. Hiervoor wordt geen extra ondersteuning afgegeven;
  • - Voor de normering van de voorziening huishoudelijke hulp bij een persoonsgebonden budget of zorgaanbieder Alphatrots maken we gebruik van het normenkader HbH HHM;
  • - Indien de hulpvraag voor huishoudelijke hulp enkel een tijdelijk karakter heeft van maximaal 6 weken wordt er geen indicatie voor huishoudelijke hulp via de Wmo toegekend.
  • - In het ondersteuningsplan met afspraken tussen zorgaanbieder en inwoner worden de taken beschreven die inwoner niet zelfstandig kan uitvoeren en overgenomen moeten worden door de zorgaanbieder.