Algemene hommelsoort in Nederland die je kan aantreffen in allerlei landschapstypen, van natuurgebied tot in je eigen tuin. Deze hommelsoort is hoofdzakelijk bruin gekleurd, al kan de soort erg variabel van kleur zijn. Vliegt van april tot en met oktober. Bij goed weer kunnen ze soms ook later worden aangetroffen.
Voortplanting: maakt meestal een nest onder de grond, bijvoorbeeld in muizenholletjes. Er zijn voldoende alternatieven die we als mensen kunnen aanbieden. Denk hierbij aan speciaal ontworpen hommelhotels, -kasten of -potten. Ook het aanbieden van insectenstenen, dood hout en zand helpt de soort.
Voedsel: nectar. Door hun lange tong kunnen ze dieper in bloemen nectar verzamelen dan andere soorten hommels. Plantensoorten zoals klavers, dovennetels, fluitenkruid, lavendel en gewone smeerwortel worden veel bezocht door akkerhommels, al is deze hommelsoort zeker niet kieskeurig in het kiezen van nectarplanten. Gezien hun lange vliegtijd is het van belang dat er altijd bloeiende vegetatie aanwezig is, dus daar rekening mee bij het aanplanten van plantensoorten.
Verbinding: verbind potentieel geschikte gebieden zoveel mogelijk met elkaar, bijvoorbeeld via bloemenrijke bermen.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting
Hommelhotel, -kast of- pot
Voortplanting
Insectenstenen, dood hout, zand
Voedsel
Groene daktuin / groene gevel / groen dak met grassen, kruiden en struiken
Voedsel
Bloemrijke graslanden / bermen
Voedsel
Bloeiende bomen of heesters.
Voedsel
Geveltuin
Verbinding
Aaneengesloten groengebieden
Verbinding
Gevarieerde bloeiboog, bloemen die in verschillende maanden bloeien (maart – oktober)
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: insecten die leven in kruidenrijke bermen en graslanden, zoals andere soorten hommels en bijen, sprinkhanen, icarusblauwtje en argusvlinder.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.1
Akkerhommel
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen