Tegenhanger van de bekende groene kikkers. Algemene kikkersoort die in heel Nederland voorkomt, ook in dorpen en steden. Ook in Gouda worden bruine kikkers waargenomen. Kenmerkend voor amfibieën is dat ze zowel in het water als op het land leven. Voor bruine kikkers is dat niet anders.
Voortplanting: heeft waterpartijen (bijv. vijvers, poelen) nodig om zijn eitjes in af te zetten. Deze wateren dienen visvrij te zijn en watervegetatie langs de randen te bevatten (riet, lisdodden, etc.), zodat ze voldoende beschutting bieden aan de (jonge) kikkers. Ook moeten de wateren voorzien zijn van een natuurvriendelijke oever, zodat de kikkers het water in en uit kunnen klimmen.
Voedsel: breed dieet, bestaande uit o.a. slakjes, kevers, insectenlarven en andere ongewervelde dieren.
Verbinding: verbinding tussen het water- en landhabitat is cruciaal. Indien die ontbreekt, kan gedacht worden aan faunapassages. Denk ook aan niet te hoge stoepranden en “amfibieëntrapjes” in putten, om versnippering van het leefgebied tegen te gaan.
Veiligheid: in de winter heeft de soort een erg sterke binding met bos en struweel. Realiseer daarom bosplantsoenen, kleine parkjes, (inheemse) struiken of andere hogere vegetatie in de nabijheid van het water.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting & voedsel
Poel of vijver, voorwaarden:
Geen (of weinig) vissen
Vegetatie langs oever
Zon kan erop schijnen
Natuurvriendelijke oever
Voedsel
Ecologische wadi
Veiligheid (winter)
(Inheemse) struiken van minstens 2-3 meter hoog.
Veiligheid (winter)
Pocketpark
Veiligheid (winter)
Takkenrillen, stenen, ‘overhoekjes’
Veiligheid (winter)
Cluster van bomen / bomenrij
Verbinding
Faunapassages
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: o.a. andere soorten kikkers, kleine watersalamander, libellen, ringslang en waterhoen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.2
Bruine kikker
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen