Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.14

Weidehommel

Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen

Komt in Nederland voor in allerlei landschapstypen, zoals in wegbermen, in graslanden, langs bosranden, in parken en in tuinen. Maakt zijn nestje bovengronds. Is al vroeg in het voorjaar (eind februari) actief en kan tot begin augustus opgemerkt worden. Voortplanting: nestelt in oude vogelnestjes, in boomholten, in composthopen, in struiken, maar ook onder stenen. Er bestaan ook speciale hommelhotels. Maakt geen gebruik van de traditionele insectenhotels. De weidehommel kan ook geholpen worden door het aanbieden van omgekeerde bloempotten op de grond. Voedsel: bezoekt nectar van bloeiende kruiden, struiken en bomen. Zit in het vroege voorjaar vaak op bloeiende wilgen, op bolgewassen, longkruid en andere vroege bloeiers. Later in het jaar bezoekt de soort andere soorten die dan bloeien. Daarom is het belangrijk dat er altijd bloeiende vegetatie aanwezig is. Verbinding: verbind potentieel geschikte gebieden zoveel mogelijk met elkaar, bijvoorbeeld via bloemenrijke bermen. Geschikte natuurinclusieve maatregelen: Voortplanting Hommelhotel (bloempot of vele andere methodes) Voortplanting Insectenstenen, dood hout, zand Voedsel Groene daktuin, groene gevel en groen dak met grassen, kruiden (en struiken) Voedsel (Inheemse) struiken van minstens 2-3 meter hoog Voedsel Bloemrijke graslanden / bermen Voedsel Geveltuin Verbinding Aaneengesloten groengebieden Verbinding Gevarieerde bloeiboog, bloemen die in verschillende maanden bloeien (maart – oktober) Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: andere bijen en hommelachtigen, sprinkhanen en krekels en het icarusblauwtje.

Rechtspraak bij dit artikel