Een kleine marterachtige met een bruine bovenzijde en een lichte onderzijde. Wezels kunnen overal aangetroffen worden, zolang er maar genoeg prooidieren voorkomen en er voldoende dekking is. Dit kunnen zowel natuur- als cultuurgebieden zijn.
Voortplanting: plant zich voort in holen in de grond (bijvoorbeeld muizenholen), in stapels stenen of takken, in dicht struikgewas of in hooibalen of -mijten.
Voedsel: vooral muizen. In mindere mate ook ratten, jonge konijnen, mollen, slakken, kikkers, vogels en eieren.
Verbinding en veiligheid: Verplaatst zich graag langs lijnvormige elementen, zoals houtwallen, heggen, stenen muurtjes of takkenrillen. Hier vinden ze ook voldoende beschutting.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting
Niet-gebruikte stapels stenen of takken
Voortplanting
Dicht struikgewas
Voortplanting
Hooimijt
Voedsel
Pocketpark
Voedsel
Bloemrijke graslanden / bermen
Veiligheid en verbinding
(Inheemse) struiken van minstens 2-3 meter hoog
Veiligheid en verbinding
Takkenrillen
Veiligheid en verbinding
Gestapeld muurtjes
Veiligheid en verbinding
Beschutte greppels
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: bunzing. Ook soorten die leven in kleinschalige landschapselementen, zoals de winterkoning, heggenmus en egel.