Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.17

Zwartkop

Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen

De zwartkop is een bruingrijze zangvogel ter grootte van een mus. Hij is vernoemd naar zijn zwarte ‘petje’. Bij vrouwtjes en jonge vogels is deze roodbruin van kleur. Vanaf maart is zijn karakteristieke, lijsterachtige zang te horen in onder meer bossen, parken en tuinen. De soort kun je vooral in maart-oktober tegenkomen in ons land. Oorspronkelijk brachten Zwartkoppen de winter door in Zuidwest-Europa en Noord-Afrika, maar door klimaatopwarming probeert de soort steeds vaker om de winter in Nederland door te brengen. Voortplanting: broedt graag in dichte struiken, vooral braam, en in ruigtekruiden (zoals brandnetels). Voedsel: eet ’s zomers vooral insecten. In het najaar en de winter verandert het dieet en worden vooral bessen en vruchten gegeten. Verbinding: leeft in gebieden met voldoende bomen en struiken, die gebruikt worden om in te broeden, om voedsel te zoeken en om in te zingen. Geschikte natuurinclusieve maatregelen: Voortplanting (Inheemse) struiken (minstens 2-3m hoog) Voortplanting en voedsel (Inheemse) besdragende struiken Voedsel Cluster van bomen Voedsel Fruitbomen Voedsel Tiny forest Voedsel (Pocket)park Verbinding Zingt graag vanuit bomen, struiken en andere (middel)hoge vegetatie Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: andere vogelsoorten die afhankelijk zijn van de combinatie van (kleine) bossen en struiken, zoals mezen, roodborst, heggenmus, tuinfluiter en lijsters.

Rechtspraak bij dit artikel