De zwarte roodstaart is van oorsprong een rotsbewoner, maar in West-Europa is de soort ook te vinden in stenige stedelijke omgevingen. Dit zijn vaak industriegebieden en nieuwe woonwijken in aanbouw, met voldoende braakliggende gronden. De soort wordt aangetrokken door open, stenige omgevingen; zodra het te groen wordt (bijvoorbeeld door het opkomen van bomen of struiken), verdwijnt hij weer. Het mannetje brengt zijn kenmerkende zang voort vanaf een hoge zangpost, met als doel om zijn territorium af te bakenen. Bruine daken bieden een compleet leefgebied voor deze soort.
Voortplanting: broedt in spleten en gaten in gebouwen, in stapels stenen of op rotsachtige terreinen. Bruine daken vormen een prima alternatief waar de soort zich kan voortplanten. Ook bestaan er nestkasten die specifiek zijn ontworpen voor de zwarte roodstaart. Bouw deze nestkast boven de 2 meter hoogte in, met vliegopening naar het noorden of oosten.
Voedsel: bestaat uit insecten, die de soort vindt in open gebieden met korte vegetatie. Bijv. op groene daken, op bruine daken of in bloemrijke graslanden.
Verbinding: hoge zangposten van 20 meter of hoger, zoals hijskranen, hoge gebouwen, dakranden, etc., waar ze vanaf zingen.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting en voedsel
Bruine daken
Voortplanting
Nestkasten, ingebouwd of los aanbieden (op dak)
Voedsel
Groene daken met sedum en / of kruiden
Voedsel
Bloemrijke graslanden / bermen (zonder bomen)
Voedsel
Braakliggend terrein met lage vegetatie
Verbinding
Hoge gebouwen waarvandaan ze kunnen zingen
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: witte kwikstaart en in de winter ook de grote gele kwikstaart. Insecten profiteren van de maatregelen die gericht zijn op de aanleg van bloemrijke bermen en graslanden.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.16
Zwarte roodstaart
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen