Populaire bewoner van stedelijk groen, zoals parken, groene achtertuinen en rommelhoekjes. Egels zijn vooral bekend vanwege hun stekelvacht. Bij gevaar rollen ze zich op tot een bal en zetten ze hun stekels uit. Egels zijn vooral in de schemer en ’s nachts actief. ’s Winters houden ze een winterslaap.
Voedsel: heel gevarieerd dieet. Eet vooral regenwormen, slakken en kevers. Ook spinnen, amfibieën, kleine reptielen, vogeleieren, aas en (in het najaar) bessen en paddenstoelen worden niet gemeden. Zoekt zijn voedsel in een groene omgeving, zoals achtertuinen, parken, wegbermen, bosjes en bossen.
Vocht: drinkt water, bijvoorbeeld schaaltjes water in achtertuinen, regenplassen of natuurlijke waterbronnen. In het laatste geval is het belangrijk dat de oevers flauwe hellingen hebben of dat er andere manieren worden aangeboden om het water uit te kunnen (bijv. via een loopplankje). Anders lopen egels gevaar om te verdrinken.
Veiligheid: schuilt en slaapt graag in rommelhoekjes en onder struiken.
Verbinding: om de versnippering van het leefgebied tegen te gaan, is het aan te raden om verbindingszones te creëren. Dit kan door bijvoorbeeld door gebruik te maken van groene erfafscheidingen (hagen), door gelaagdheid te creëren waar langs egels zich kunnen verplaatsen of door de aanleg van faunapassages onder wegen door.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voedsel
Geveltuin
Voedsel
(Inheemse) struiken van minstens 2-3 meter hoog.
Voedsel
Bloemrijke graslanden / bermen
Voedsel
Pocketpark
Voedsel
Solitaire / cluster van bomen.
Voedsel
Takkenrillen
Vocht
Water (schaaltje of natuurlijke waterbron toegankelijk maken via natuurvriendelijke oever of loopplankje)
Veiligheid
Rommelhoekjes
Verbinding
Faunapassages
Verbinding
Groene erfafscheidingen (hagen), met openingen onder de afscheiding vanaf 15 cm
Verbinding
Gelaagdheid, combinatie van bomen, struiken en open plekken
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: o.a. merel, zanglijster, heggenmus en huismus.