Het gaat er bij het toekennen van de waardering om dat wordt bekeken welk criteriapunt het meest dominant is en als eerste is verschenen in relatie tot de gebeurtenis. Daarna kunnen criteriapunten aangevinkt worden die ook voor de hotspot gelden maar minder dominant zijn.

Om dit te verduidelijken worden hieronder drie voorbeelden genoemd:

  • - De vuurwerkramp in Enschede in 2000 voldoet in eerste opzicht aan criteriapunt 1 (Er is sprake van een (schokkende) gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen die voor veel maatschappelijke beroering zorgt en waarvoor uitzonderlijk veel aandacht bestaat in de media). Na deze gebeurtenis volgden ontwikkelingen die bijna elk criteria aanvinken.
  • - De Schipholbrand in 2005 voldoet in eerste opzicht aan criteriapunt 2 (Er is sprake van een gebeurtenis of kwestie die aanleiding is voor een intensief publiek debat over het functioneren van de overheid). Hierna volgde criteriapunt 1 door de belichting vanuit de media op de gebeurtenis.
  • - De Bulgarenfraude in 2013 voldoet in eerste instantie aan criteriapunt 3. (Er is sprake van een politieke kwestie waardoor de positie van het bestuur onder druk staat). Hierna volgde criteriapunt 1.