De leden van de commissie en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding op grond van de tarieven zoals jaarlijks afgesproken met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant c.q. een vergelijkbare vergoeding op grond van artikel 96 Gemeentewet en artikel 3.4.1, 3.4.2 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.