Elk individueel nieuwbouwplan van drie woningen of meer moet in beginsel voldoen aan het onderstaande kwalitatieve kader. De Woonvisie 2024–2028 hanteert daarbij eveneens de regel dat bij nieuwbouw minimaal 40% van de woningen uit nultredenwoningen (levensloopbestendige woningen) moet bestaan. Deze eis maakt onderdeel uit van het kwalitatieve kader.
Segment
Huur
Koop
% Nieuwbouw
Cat. 1
Totaal sociale segment
Tot aan € 932,93
-
35%
Cat. 1a
Sociale huur tot eerste aftoppingsgrens
Tot aan € 713,02
-
20%
Cat. 1b
Sociale huur vanaf eerste aftoppingsgrens
€ 713,02 tot € 932,93
-
10%
Cat. 1c
Sociale koop
Tot aan € 270.000,-
5%
Cat. 2
Totaal middensegment
€ 932,93 tot aan 1.228,07
Tot aan € 420.000,-
31%
Cat. 2a
Middeldure huur
€ 932,93 tot € 1.228,07
10%
Cat. 2b
Betaalbare koop in het lage segment
Van € 270.000,- tot aan € 420.000,-
21%
Cat. 3
Middeldure koop tot aan de NHG-grens
Van € 420.000,- tot € 470.000,-
4%
Cat. 4
Vrije sector koop
Vanaf € 1.228,07
Vanaf € 470.000,-
30%
Aandeel levensloopgeschikt/nultreden
40%
* Alle bedragen zijn prijspeil 2026 en exclusief servicekosten
** De percentages van categorie 2a en 2b zijn uitwisselbaar.
*** Realisatie van meer categorie 1 en categorie 2 is mogelijk zonder ontheffing
Indien bij een woningbouwplan het aantal niet deelbaar is conform het kwalitatief kader als bedoeld in vorengenoemde tabel, geldt als uitgangspunt een afronding die leidt tot een evenwichtig woningbouwprogramma binnen de doelstelling van de Woonvisie. Het College beoordeelt en stemt in of sprake is van een evenwichtig woningbouwprogramma.