Het College van B&W werkt alleen mee aan een afwijking van het kwalitatief kader als de initiatiefnemer bereid is om te voldoen aan de met deze afwijking samenhangende en opgelegde compensatiemaatregelen. Hierbij heeft de initiatiefnemer de keuze in de navolgende compensatiemaatregelen:
Het niet gerealiseerde aandeel van categorie 1 en/of 2 wordt fysiek op een andere locatie binnen de gemeente gecompenseerd. De gemeente verlangt van de initiatiefnemer om acceptabele en geschikte alternatieven voor te dragen. Het staat de gemeente vrij om aan de initiatiefnemer locaties en projecten aan te dragen.
In een op te stellen anterieure overeenkomst wordt de fysieke compensatie en de hieraan verbonden voorwaarden vastgelegd. De gemeente behoudt zich het recht voor om een locatie of voorstel voor fysieke compensatie te weigeren. De weigeringsgronden zullen met redenen worden omkleed. Voor de fysieke compensatie geldt als uitgangspunt dat het aandeel woningen in categorie 1 en/of 2 op een andere locatie wordt gerealiseerd, zodat op die andere locatie, naast de op grond van het kwalitatief kader te realiseren woningen in categorie 1 en/of 2, ook de nog te compenseren woningen in deze categorieën worden gebouwd.
De initiatiefnemer levert een financiële bijdrage aan het Compensatiefonds voor de niet gerealiseerde woningen in categorie 1 en/of 2 in het betreffende nieuwbouwplan. Hoe hoog de bijdrage is, hangt van af van het aantal woningen dat niet in categorie 1 en/of 2 wordt gerealiseerd en het programma in categorie 3 en 4 wat daarvoor in de plaats komt. De hoogte van de financiële bijdrage is gerelateerd aan het verschil in grondwaarde. Dit verschil is genormeerd. Voor elk niet gerealiseerde woning in categorie 1 en/of 2 is een afkoopsom verschuldigd overeenkomstig onderstaande tabel.
Financiële bijdrage
Per categorie 1 woning die vervangen is door een categorie
2 woning
38.000
3 woning
69.000
4 woning
132.000
per categorie 2 woning die vervangen is door een categorie
3 woning
32.000
4 woning
94.000
De bedragen per woning en de categorieën zoals onder artikel 4 aangegeven en de daarbij horende bedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd conform de definities in bijlage 3.
In bijlage 1 zijn de voorwaarden opgenomen die zijn verbonden aan de compensatiemaatregelen.