In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders;
wet: de Wet werk en bijstand;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering;
WIJ: Wet investeren in jongeren;
bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van
de wet;
referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
peildatum;
peildatum: de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt
aangevraagd;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
waarbij voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op
bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’.
Een bijstandsuitkering wordt in afwijking van artikel 32 van de
wet voor beoordeling van het recht op een langdurigheidstoeslag
als inkomen aangemerkt;
gehuwdennorm: de norm van artikel 21 aanhef en onderdeel c van
de wet k uitkeringsgerechtigde: persoon bedoeld in artikel 1
onder o van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
zelfstandige: de belanghebbende van 18 tot 65 jaar, die voor de
voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen
bedrijf of zelfstandige beroep en voldoet aan het gestelde in
artikel 1 onderdeel b Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
2004.