Een gebiedsontzegging voor bovengenoemd gebied kan worden opgelegd indien één of meer van de volgende wettelijke bepalingen wordt overtreden:

  • - Uit de Apv de volgende artikelen:

    2.1, Samenscholing en ongeregeldheden;

    2.20, Ordeverstoringen bij evenementen;

    2.31, Verboden gedragingen in openbare inrichtingen;

    2.41, Betreden gesloten woning of lokaal;

    2.42, Plakken en kladden;

    2.44, Vervoer inbrekerswerktuigen;

    2.47, Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen;

    2.48, Verboden drankgebruik;

    2.49, Verboden gedrag bij of in gebouwen;

    2.50, Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten;

    2.74, Drugshandel op straat;

    3.17, Straatprostitutie;

    4.6, Overige geluidshinder;

    4.9, Natuurlijke behoefte doen.

    6.1, Overtreding gebiedsontzegging.

  • - Uit het Wetboek van Strafrecht de artikelen:

    138, Huisvredebreuk;

    139, Lokaalvredebreuk;

    141, Gezamenlijke openlijke geweldpleging;

    170, Vernieling van gebouwen;

    180, Wederspannigheid;

    184, Niet voldoen aan bevel of vordering;

    266, Belediging;

    267, Belediging ambtenaar in functie;

    285, Bedreiging;

    300, Mishandeling;

    302, Zware mishandeling;

    306, Deelnemen aan aanval;

    310, Diefstal;

    321, Verduistering;

    350, Zaakbeschadiging;

    424, Straatschenderij;

    426, Ordeverstoring in dronkenschap;

    453, Openbare dronkenschap;

  • - Artikel 2 en 3 van de Opiumwet;
  • - Alle bepalingen inzake verboden wapenbezit in de Wet wapens en munitie.