Naast de handhaving gericht op herstel kan het college ook gebruik maken van de mogelijkheid om bestuurlijke boetes op te leggen. Het college zal een boete opleggen als de houder geen maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Deze boetes staan in het afwegingsmodel dat in bijlage 1 bij de beleidsregels is opgenomen. Van de boete gaat naar verwachting ook een preventieve werking uit.
Elke overtreding beoordeelt en bestraft het college afzonderlijk ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast legt het college een boete op als een houder na het opleggen van een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt het college of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed.
Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor het college immers moeilijk vast te stellen. Een boete treft niet elke overtreder even zwaar. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan.
Ook het (vrijwillig) sluiten van een locatie is geen reden om van het opleggen van een boete af te zien. Overtredingen van de in het afwegingsmodel genoemde voorschriften kunnen dusdanig ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt het college hiervoor altijd een boete op.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang gemeente Lochem 2026