Verantwoording:

Dit document is tot stand gekomen in samenwerking tussen, en afstemming met het gebiedsteam Oosterwold en de afdelingen Stedelijk Beleid en Vergunning, Toezicht en Handhaving.

ArtikelWasWordt
1-Toevoegen definitie: Hoofdinfrastructuur: door of namens de gemeente te realiseren en te beheren infrastructuur en voorzieningen, waaronder begrepen hoofdontsluitingswegen, watergangen, afvalwater- en nutsvoorzieningen, die primair gericht zijn op het functioneren van het plangebied als geheel.
1-Toevoegen definitie: Veld: een aaneengesloten deelgebied van Oosterwold waarbinnen verschillende ontwikkelvelden worden ontwikkeld met een gezamenlijke hoofdinfrastructuur.
1-Toevoegen definitie: Subkavel: individuele gronden die onderdeel zijn van de kavel die met een landschapsplan voor een ontwikkelveld wordt gerealiseerd, en waarmee aan het landschapsplan wordt voldaan.
1-Toevoegen definitie:Ontwikkelpaspoort: document dat de ruimtelijke structuur en de eisen voor het ontwikkelen van een ontwikkelveld vastlegt, waaraan een landschapsplan moet voldoen.
1-Toevoegen definitie: Ontwikkelveld: een ruimtelijke afbakening van gronden dat in één keer wordt uitgegeven en gezamenlijk wordt ontwikkeld door middel van een landschapsplan.
1-Toevoegen definitie: Landschapsplan: plan waarin wordt beschreven hoe een ontwikkelveld op hoofdlijnen wordt ontwikkeld en hoe de initiatieven ruimtelijk worden ingepast, waarbij in totaal wordt voldaan aan de percentages die gesteld zijn in artikel 13.6.
1-Toevoegen definitie: Voorgevelrooilijn: de denkbeeldig doorgetrokken lijn van de voorgevel van een gebouw
Per kavel geldt dat de volgende verhouding tussen bebouwing, verharding, groen, water en stadslandbouw wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden: 13.6.1 Gezamenlijke percentages Ten behoeve van een effectieve samenstelling van de kavel gelden de volgende regels: het percentage 'Groen - verspreid13.6Per kavel geldt dat de volgende verhouding tussen bebouwing, verharding, groen, water en stadslandbouw wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden: 13.6.1 Gezamenlijke percentages Ten behoeve van een effectieve samenstelling van de kavel gelden de volgende regels: het percentage 'Groen - verspreid' mag worden gerealiseerd als 'Water', waarbij het gezamenlijk percentage 'Groen - verspreid' en 'Water' niet minder mag bedragen dan 9,0% bij standaardkavels, 3,0 % bij landbouwkavels en 3,8% bij landschapskavels; bij standaardkavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra', waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 36% mag bedragen en waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 25%; bij landbouwkavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra', waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 12% mag bedragen en waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 7%; bij landschapskavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra' waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 11% mag bedragen waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 6%.13.6.4 Aanleg hoofdinfrastructuur Artikelen 13.6 en 13.6.1 zijn niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur, waaronder begrepen geluidwerende voorzieningen en voorzieningen voor afvalwaterzuivering. 13.6.5 Afwijken subkavels Het bevoegd gezag kan bij de aanleg van de subkavels afwijken van de percentages uit 13.6 en 13.6.1, met dien verstande dat: de ontwikkeling van de subkavel voldoet aan het landschapsplan dat is opgesteld voor de kavel waarin de subkavel gelegen is. 13.6.6 Afwijken roodkavel Voor standaardkavels ten behoeve van de functie wonen kan worden afgeweken van het bepaalde in 13.6 en 13.6.1 b ten behoeve van een hoger percentage roodkavel mits: het extra roodkavel wordt verrekend met een andere kavel in het plangebied zodat de gezamenlijke kavels alsnog voldoen aan de voorgeschreven samenstelling; de in artikel 13.6 genoemde minimale percentages in stand worden gehouden of -indien dit op de kavel niet mogelijk is- het afwijkende ruimtegebruik wordt verrekend met een aansluitende kavel zodat de gezamenlijke kavels alsnog voldoen aan de minimale percentages.
13.7Met betrekking tot de indeling en instandhouding van de kavel gelden de volgende regels: het voorgeschreven percentage 'Groen - verspreid' bevindt zich aan een of meer van de buitenranden van de kavel; alle buitenranden van de kavel worden openbaar toegankelijk voor fietsers en voetgangers ingericht en in stand gehouden met een minimale breedte van 2 meter; het roodkavel wordt niet opgedeeld, maar als een aaneengesloten bouwveld gerealiseerd; ten minste één zijde van de kavel wordt aangewezen voor de verharding / infra ten behoeve van de kavelontsluiting; de verharding / infra sluit aan op, en biedt doorgang aan, bestaande of nieuw aan te leggen infrastructuur van de aansluitende kavel; het voorgeschreven percentage 'Water' wordt gerealiseerd in aansluiting op, dan wel in verbinding met, bestaande waterlopen en/of waterberging; het roodkavel bij landbouwkavels bestaat voor maximaal 1/3 deel uit woonfuncties en voor 2/3 deel uit agrarische bedrijfsbebouwing; parkeren is uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel en verharding / infra.13.7 Kavelindeling Met betrekking tot de indeling en instandhouding van de kavel gelden de volgende regels: het voorgeschreven percentage 'Groen - verspreid' bevindt zich aan een of meer van de buitenranden van de kavel; alle buitenranden van de kavel worden openbaar toegankelijk voor fietsers en voetgangers ingericht en in stand gehouden met een minimale breedte van 2 meter; het roodkavel wordt niet opgedeeld, maar als een aaneengesloten bouwveld gerealiseerd; ten minste één zijde van de kavel wordt aangewezen voor de verharding / infra ten behoeve van de kavelontsluiting; de verharding / infra sluit aan op, en biedt doorgang aan, bestaande of nieuw aan te leggen infrastructuur van de aansluitende kavel; het voorgeschreven percentage 'Water' wordt gerealiseerd in aansluiting op, dan wel in verbinding met, bestaande waterlopen en/of waterberging; het roodkavel bij landbouwkavels bestaat voor minimaal 1/3 deel uit agrarische bedrijfsbebouwing; parkeren is uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel en verharding / infra. 13.7.3 Afwijken ten behoeve van hoofdinfrastructuur Het bepaalde onder 13.7 is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur. 13.7.4 Afwijken ten behoeve van gezamenlijke initiatieven Het bepaalde onder 13.7 lid a, b, c & d is niet van toepassing op het ontwikkelen van een ontwikkelveld dat door middel van een landschapsplan wordt gerealiseerd.
13.9Voor bebouwing binnen het roodkavel is de maximum floor area ratio 0,5.Voor bebouwing binnen het roodkavel is de maximum floor area ratio 0,5. De maximum floor area ratio genoemd onder a is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur.
13.10.1Binnen het gehele plangebied gelden de volgende maximale percentages per kaveltype: Standaard kavel 73% Landbouwkavel 10% Landschapskavel 17%Binnen het gehele plangebied gelden de volgende maximale percentages per kaveltype: Standaard kavel 73% Landbouwkavel 10% Landschapskavel 17% De kaveltypeverdeling onder a is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur.
13.10.2Binnen het gehele plangebied geldt per functie het volgende maximale percentage: Wonen 61% Bedrijven 29% Kantoren 4,5% Voorzieningen 5,5%Binnen het gehele plangebied gelden voor de volgende functies maximale percentages: Bedrijven 29% Kantoren 4,5%
13.12.1Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan binnen het roodkavel.Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, hoofdinfrastructuur uitgezonderd, geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan binnen het roodkavel.
13.12.2Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken gelden de regels voor vergunningvrij bouwen op basis van het Besluit omgevingsrecht, met dien verstande dat als erf als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, het roodkavel wordt verstaan.Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken gelden per woning de volgende regels: het bouwwerk staat op de grond; het bijbehorend bouwwerk moet minimaal 1 m achter de denkbeeldig doorgetrokken lijn van de voorgevel van de woning liggen; bij vrijstaande woningen mogen aangebouwde bijbehorende bouwwerken uitsluitend op een afstand van minimaal 1 m van de zijerfgrens worden gebouwd; aangebouwde of vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij andere gebouwen dan woningen moeten op minimaal 4 m van de zijerfgrens zijn gelegen, tenzij gebouwen aaneen zijn gebouwd of een zijerfgrens niet gedeeld wordt met een ander bouwperceel; indien aangebouwd aan de achtergevel van het hoofdgebouw: niet meer dan 4 m diep, het aangebouwde bijbehorend bouwwerk is niet hoger dan: 5 m; 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; het hoofdgebouw. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan dat hoger is dan 3 m is voorzien van een schuin dak waarbij: de dakvoet niet hoger dan 3 m; de daknok gevormd wordt door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en; de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3. het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per woning is niet meer dan 20 m2; het bijbehorend bouwwerk bevindt zich niet aan of bij: een woonwagen; een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf voor één huishouden. het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras.
13.12.3 onder dDe hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter en zijn uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel.De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoofdinfrastructuur uitgezonderd, mag niet meer bedragen dan 3 meter en zijn uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel.
13.12.3 onder eIn afwijking van het bepaalde in 13.12.3 onder d. kunnen vergunningvrije bouwwerken buiten het roodkavel worden gerealiseerd voorzover deze betrekking hebben op nuts- en energievoorzieningen.In afwijking van het bepaalde in 13.12.3 onder d. kunnen vergunningvrije bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het roodkavel worden gerealiseerd voorzover deze betrekking hebben op nuts- en energievoorzieningen of voor zover het bebouwing (put) betreft van een voormalige (individuele of collectieve) afvalwaterzuivering.