Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 21

Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026

1.. Als een jeugdige of de ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger daarvoor een pgb-budgetplan in. Een door de jeugdige of de ouder(s) ondertekend pgb- budgetplan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. De jeugdige of ouder(s) maakt gebruik van de toepasselijke overeenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In het pgb- budgetplan is opgenomen: de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of de ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is; welke jeugdhulp de jeugdige of de ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; als het van toepassing is, welke jeugdhulp de jeugdige of de ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; de motivatie aan de hand van de punten benoemd in artikel 22, lid 1 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. 2.. Het college verstrekt een pgb als: de jeugdige of de ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 22 blijkt dat de budgethouder of, als het van toepassing is, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 24 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of de ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb- budgetplan opgenomen beoogde resultaat. 3.. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is voor het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. 4.. Het college kan een pgb weigeren: voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening in natura; als het college eerder een beslissing over een pgb heeft herzien of ingetrokken op één van de volgende gronden: de jeugdige of de ouder(s) hebben onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou tot een andere beslissing hebben geleid; de jeugdige of de ouder(s) voldoen niet aan de aan het pgb verbonden voorwaarden; de jeugdige of de ouders gebruiken het pgb niet, of voor een ander doel dan waarvoor het is verstrekt. 5.. Bij de toepassing van het vierde lid, onderdeel b, maakt het college in ieder individueel geval een belangenafweging, waarbij het onder meer de aard en ernst van de eerdere schending, het tijdsverloop sinds het besluit tot herziening of intrekking en de huidige situatie en hulpbehoefte van de jeugdige en de ouder(s) betrekt. 6.. De jeugdige met een indicatie voor jeugdhulp in de vorm van complexe systemische problematiek, specialistische begeleiding en/ of ggz- behandeling, kan het pgb alleen besteden aan een daartoe gekwalificeerde onafhankelijke beroepskracht (formele hulp). 7.. Het pgb mag slechts worden besteed aan personen uit het sociaal netwerk (informele hulp) als dit naar oordeel van het college leidt tot aantoonbare betere en effectievere ondersteuning en aantoonbaar doelmatiger is. 8.. Het pgb wordt binnen 4 maanden na toekenning aangewend voor de start en bekostiging van het resultaat waarvoor de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel