**1..** Jeugdigen vanaf zestien jaar en ouder(s) kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college.
**2..** Een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt schriftelijk of elektronisch ingediend en voldoet aan de eisen van de artikelen 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het eerste schriftelijke verzoek van een jeugdige en/of ouder(s) om jeugdhulp dat aan deze eisen voldoet, geldt als aanvraag.
**3..** Als het college een verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 12 opstelt, kan de jeugdige en/of ouder(s) op dat verslag aangeven dat dit als aanvraag moet worden aangemerkt, voor zover niet al eerder een aanvraag is ingediend.
**4..** Het college beslist op de aanvraag binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
**5..** Als de aanvraag onvolledig is of aanvullende informatie nodig is, kan het college de beslistermijn opschorten of éénmalig verlengen overeenkomstig de artikelen 4:5, 4:14 en 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college deelt de aanvrager schriftelijk mee dat de beslistermijn is opgeschort of verlengd, onder vermelding van de (nieuwe) uiterste beslisdatum.
**6..** Het college legt de beslissing op de aanvraag om een individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**7..** In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening. Als de hulp wordt gestart voordat een beschikking is verstrekt, legt het college de beslissing over de inzet van hulp in ieder geval binnen 4 weken na de start van de hulp vast in een beschikking, zonder dat dit afdoet aan de in het vierde lid genoemde beslistermijn.
**8..** Wanneer de jeugdige en/of ouder(s) een familiegroepsplan indienen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, Jeugdwet, wordt de beslistermijn gedurende die periode opgeschort met maximaal 6 werken.
**9..** Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**10..** De voorziening zoals bedoeld in lid 6 kan alleen betrekking hebben op de gemaakte kosten vanaf de datum waarop de jeugdige en/of ouder(s) de aanvraag bij het college hebben ingediend. De kosten worden niet met terugwerkende kracht vergoed.
**11..** Het college betrekt, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, beide gezaghebbende ouders bij de besluitvorming over jeugdhulp.
HOOFDSTUK 4
Artikel 6
Toegang jeugdhulp via de gemeente
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026