Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 7

Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026

1.. Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Jeugdwet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.. Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of de ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp zonder contract of subsidierelatie met de gemeente, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft. 3.. Van het tweede lid kan uitsluitend worden afgeweken als het college daarmee schriftelijk heeft ingestemd voorafgaand aan de start van de zorgverlening op grond van bijzondere feiten of omstandigheden. 4.. De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het beoordelen van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels in deze verordening en de afspraken zoals vastgelegd met de gemeente in het kader van de contract- of subsidierelatie. 5.. Het college legt de inzet van de betreffende jeugdhulp door een jeugdhulpaanbieder na een verwijzing door de huisarts, jeugdarts of medisch specialist, zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, vast in een beschikking. 6.. In de beschikking neemt het college op dat een jeugdige en de ouder(s) zich na afloop van de indicatie bij het college kunnen melden voor een herbeoordeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel